Parijs-Roubaix                                        

Parijs - Roubaix 6 Juni 2010

 

Zaterdagochtend 7 uur ga ik mijn bed uit om nog even snel mijn tas in te pakken en dan Johan ophalen om richting Ed te gaan, want daar hebben we ( Stephan, Johan, Ed en ik) afgesproken om vandaan te vertrekken.

Na een bakkie koffie stappen we de auto in naar Oosterhout, waarna we met een bus vertrekken richting Parijs.
Bij aankomst is het bloedheet rond de 30 graden en iets waar Johan niet zo van houd.`s-Avonds eten we wat en gaan dan vroeg slapen, omdat we om 4 uur `s-ochtends aan het ontbijt worden verwacht.

 

 

Zondagochtend tien over half vier worden Stephan en ik wakker en ik denk dit is toch geen tijd om te ontbijten, maar ja er moet toch wat gegeten worden dus worden er verschillende broodjes naar binnen gewerkt en een half uur later zitten we in de bus om naar de start te gaan die een twintig minuten van het hotel vandaan ligt.

Fietsen uit de bus halen, banden oppompen en voldoende eten in de zakken stoppen en op naar de start. Van de bus naar de start was 400 meter alleen reed Stephan al na 100 meter al lek op een fiets die hij vrijdag nog had laten ombouwen, omdat zijn eigen fiets kapot was. Dus dat begon al goed maar 10 minuten later waren we dan toch weg ( 06:00 uur).

De eerste 80 km gingen als een trein en we pikten iedere keer weer een groepje mensen op die we dan even later weer kwijt waren als we weer een heuveltje opgingen. Ja een heuvel ja, voor iedereen die denkt dat deze monsterrit vlak is....nee dus!

De eerste stop is na 82 km even snel stempellen wat eten en drinken pakken en even op een echt Frans toilet en weer op de fiets om na 15 km verder de eerste kasseienstrook op te draaien.

De fiets staat op een groot verzet en ik stamp over een strook van 2200 m heen en zie stofwolken voor me en achter me.

We stoppen even om een zadel vast te zetten en denken is dat nu alles, want het was net asfalt.

De stroken volgen elkaar nu in een razend tempo op met lengtes van wel 3700 meter, overal liggen bidons en we halen iedere renner in die we zien.

 

 

 

Dan gebeurt het. Voor degene die het niet weten als je met Johan op stap gaat word je altijd getrakteerd op een plons regen en ja die kregen we.
De kilometers gaan nog steeds vlot en de natte glibberige kasseien zijn nog steeds goed te doen.

Na 157 km zien we de reusachtige mijnliften en dan gaat toch mijn hart wat harder kloppen `het bos van Waller`staat voor de deur. Eerst nog even een stempel halen, eten en drinken en dan de koude regen in, wat het plenst nog steeds als een gek. We draaien het terrein af waar vroeger honderden mensen in de mijnen werkten en gaan recht het bos in. Ik zie de strook hij is kaars recht alleen zie ik niemand erop rijden. Johan zie ik erop rijden om er na een aantal meters weer af te rijden ik rij er langs door soort van kolenstof die nat is en kijk naar die kasseien die groen zijn en waar reusachtige kieren tussen zitten en denk die echte gasten rossen er gewoon overheen zonder dat ze ernaast kunnen gaan rijden.

We draaien het asfalt op en besluiten een tandje harder te gaan rijden, want we krijgen het koud.

 

 

 

Na een  half uur wordt het eindelijk droog en gaat de zon schijnen, Ed knapt gelijk weer op als de temperatuur stijgt. We rijden een lange strook op en halverwege rij ik door een gat en is het ppsssssss lek. Ik stop waarna prompt mijn ander wiel ook leeg loopt. We gaan weer op pad, maar kom niet lekker op gang banden toch iets te zacht voor op de kasseien.

Bij de stop op 180 km besluit ik mijn banden harder te zetten en gaan weer weg, want er wachten weer een aantal lange stroken. Ze gaan er steeds slechter bij liggen en Johan gaat steeds harder er overheen rijden pikt af en toe een aardappelveld mee en is zo in zijn element dat hij zelfs een afslag mist en zonder geroep er nu nog steeds gereden zou hebben. Stephan vond dat uitstapje van Johan zo leuk om het zelf ook maar eens te proberen hoe de Franse klei rijd. Ed die bekent staat om wat last van kramp te krijgen na zoveel kilometers geeft geen krimp en vreet de keien gewoon op. En bij mezelf loopt het niet echt lekker krijg last van soort van kramp in mijn vingers wat geen fijn gevoel is en krijg een beetje een hekel aan de kasseien, want de benen willen wel.

Na de 200 km gaat de hemel weer open voor tropische stortbui.

De laatste tussenstop is op 228 km, laat mijn banden weer wat aflopen  en gaan op voor de laatste 30 km met nog zes stroken te gaan en ja de zachtere banden doen toch wonderen, want mijn arme fiets rost weer met een lekkere gang over de keien.

Het is iets voor vieren en dan draaien we de beroemde wielerbaan van Roubaix op en maken er nog een rondje op.

 

Zeer voldaan gaan we richting de bus met een kassei in ons handen en dan douchen in de befaamde douche hokjes met een douche waar een gemiddeld hotel niet aan kan tippen.

 

 

 

 

We eten op advies van Stephan zak patat met veel mayonaise en gaan richting huis.

Rond half 1 stap ik thuis binnen en ga lekker mijn bedje in.

Parijs- Roubaix was een hele mooie ervaring, waardoor je diep respect krijgt voor de profs die er wat uurtjes minder over doen.

Op drie lekke banden na is alles heel gebleven.

 

 

Willem