|
|
|||||||||
|
Verslag
Straftraining 6 september 2008 De benen voelen goed, ik
ben goed uitgerust en klaar voor het loodzware parcours te Calfven. Calfven
een klein dorpje bij Ossendrecht en Hoogerheide wat bestaat uit één straat
die valsplat omhoog loopt, of….., als je jezelf omdraait, lichtjes afdaalt.
Het is maar net hoe je het bekijkt natuurlijk. In ieder geval is de
rijrichting vandaag zo dat wij hem tijdens de koers op moeten fietsen en we
na een scherpe bocht rechtsom aan een lichte afdaling mogen beginnen.
Ervaring heeft mij geleerd dat dit het enige stukje is waar je kunt en moet
herstellen want hierna is het wederom rechtsaf door een niet goed lopende
bocht, een straat in dat meer weg heeft van een maanlandschap om na zo’n 300
meter nog een bocht naar rechts met een kuiltje aan de ‘klim’ van om en
nabij de 500 meter mag beginnen. Op die twee stukken krijg je nagenoeg geen
gelegenheid om te herstellen en dus moet je het in de afdaling doen, lukt je
dit om de een of andere reden niet dan moet je dit later bekopen, althans…..ik
wel. Mijn ervaring heeft mij
ook geleerd dat wanneer je voorin van de groep zit tijdens deze koers, je
niet al te veel moeite hoeft te doen om met een groep weg te rijden. Beter
gezegd, de rest wordt gewoon gelost doordat ze dus niet genoeg kunnen
herstellen en dan breekt dat stukje valsplat hen op. Voorin is dus de beste
plek en dat is dan ook de plek waar ik voorneem mij te manifesteren zodra
het startschot valt. Ik zit op de vierde a vijfde stek en kan goed mee, geen
problemen voor mij tot nu toe als het rondebord aangeeft dat we inmiddels 12
rondes van de 38 hebben gehad. Als ik achterom kijk zie ik dat het peloton
enorm is uitgedund en ik nu deel uitmaakt van een kopgroep van 20 man.
Het is een harde koers
met aanvallen van diverse coureurs en ik voel me goed en ik probeer het ook
een keer. Ik demarreer en krijg vooralsnog een paar man mee, maar onder mijn
arm doorkijkend zie ik dat de rest scherp is en het gat dichten hierna neem
ik weer stelling in de kop van de groep. Boven aangekomen halen wij een
groepje renners in, bij het uitkomen van de bocht maakt er één van hen, in
alle commotie een stuurfout en valt. En dit precies op de ideale lijn, ik
moet volledig in de remmen en ik zie dat onder mij door een aantal mannen
van mijn groep er vandoor gaan. Onderaan kan ik wel weer
aansluiten maar op hangen en wurgen zit ik aan het staartje als er vooraan
wordt aangevallen. Ik vervloek ze en hoop erop dat het even stilvalt, en
natuurlijk doet dat het niet en dus jammer genoeg moet ik het een ronde
later bekopen. Heel langzaam verlies ik
de aansluiting en zie ik het gaatje voor mij een gat worden en uiteindelijk
een voor mij onoverbrugbare kloof. Ik baal stevig maar ik kan het niemand
anders verwijten dan mezelf, ik was niet scherp genoeg op het moment dat die
gozer viel en liet mijzelf dit overkomen. Stevig balend rij ik door omdat ik
weet dat achter mij niet zo heel veel meer zit en ik dus nog steeds voor een
top 15 plaats kan gaan. In deze strijd haal ik Edith in als zij bezig met
haar wedstrijd bij de S/P, ik probeer haar nog aan te sporen om aan te
sluiten maar dit blijkt teveel van het goede en dus rij ik door. Ik verlang
naar het einde van deze martelgang en probeer mijn verstand op nul te zetten
en de rondjes die nog voor mij liggen af te maken. Dit lukt en ik wordt dan
zoals verwacht ook 15e, en ben een van de laatste geklasseerde.
Na mij komen er nog maar vier binnen als bewijs dat het een loodzware koers
moet zijn geweest.
Na ons zijn de mannen
B’s aan de beurt met Willem en Stephan die de eer van Farm frites verdedigen
en verrassend genoeg zie ik Eduard de Appeltaartkleuren hoog houden.
Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik
weinig meekrijg van deze wedstrijd maar ’s-avonds waag ik er, zoals een
wegkapitein betaamt, een telefoontje aan. Ik bel Willem op om navraag te
doen over de wedstrijd en hoor dat het hen redelijk goed is vergaan met alle
mannen bij de eerste tien. Stephan wist beslag te leggen op een vijfde
plaats, Willem op een negende en Eduard heel knap op een tiende.
Op de terugweg besluit ik ter hoogte van Hellegatsplein
via Flakkee naar huis te rijden in plaats van rechtdoor via Rotterdam. Het
is toch mooi weer en dus dirigeer ik de auto linksaf. Edith reageert iets
verbaasd en vraagt waarom ik dit doe en oppert vervolgens of ik dit doe
omdat ik verder wil met de fiets. In eerste instantie was dit niet het plan
maar ik hoef er niet zo heel lang over na te denken om te besluiten mij
nogmaals om te kleden en ter hoogte van Den Bommel de lichtblauwe Toyota te
verruilen voor de lichtblauwe ‘Braun’. Ik zie het maar als een soort van
straftraining na mijn mindere optreden eerder vandaag. De wind staat gunstig
en vanaf hier is het ongeveer 45 km naar huis dus mooi wat extra
trainingsarbeid in voorbereiding op de klassieker te Tholen die volgende
week op de agenda staat. Min of meer uitgewoond kom ik thuis aan na de
laatste 15 km achter een brommer te hebben gehangen welke net iets te hard
reed en moe maar voldaan plof ik neer op de bank.
Groeten, Leo
|
|
|||||||
|
|
|||||||||